Een paar maanden geleden heb ik samen met fotograaf Richard Terborg, make-up artist en styliste Jennifer Elmzoon en model Vanessa Raphaela een dagje doorgebracht in een studio. Ik zeg studio, maar eigenlijk was het een normale kamer met een witte muur, waar we losse reportageflitsers in hebben gebruikt met verschillende softboxen en andere ‘lichtvervormers’.

Canon EOS 5DmkII, 116mm, 1/200s op f/9, ISO 100
Voor professionele resultaten hoef je niet te beschikken over een studio met professionele studiolichten. Met behulp van een paar lichtvervormers, een strobist setje en een goede stylist plus model kun je prima professionele resultaten bereiken. Licht blijft licht.
Benodigdheden
Om het flitslicht te verzachten heb je één of meerdere lichtvervormers nodig. Hoe groter het licht, hoe zachter het is.
We hebben gebruik gemaakt van een 28″ Westcott Apollo softbox, via internet te koop rond de € 150 bij de meeste fotografiewinkels en een Lumodi beauty dish, gekocht voor rond de € 80 in de VS van iemand die ze in een uit de hand gelopen hobby maakt. Beide licht vervormers zorgen ervoor dat het licht zich spreidt over een groter oppervlak, waardoor er zachter licht valt op je model. De beauty dish zorgt voor meer gericht licht in vergelijking met de softbox en wordt ook veel gebruikt voor fashion fotografie.

De softbox is geplaatst op een Manfrotto Nano lichtstatief. Deze is voor € 60-70 te koop (alternatief is LumoPro lichtstatief) en kun je bijvoorbeeld ook gebruiken om een paraplu in te plaatsen waar je het licht doorheen schiet (zoals in deze shoot). Met het statief alleen ben je er niet, je hebt ook een ‘umbrella swivel’ nodig met een voetje (coldshoe), waar je je reportageflitser op kunt plaatsen en je paraplu of softbox in kunt steken.
Binnen is deze setup behoorlijk stabiel, ga je buiten fotograferen denk dan aan de wind en plaats eventueel wat zandzakjes of een gewicht om te voorkomen dat je reportageflitser op je model of kapot op de grond valt.
Aangezien deze opstelling niet op je camera zit heb je een manier nodig om de flits te laten af gaan. Wij hadden de beschikking over professionele PocketWizard flits ‘triggers’, maar je kunt ook goedkopere setjes vinden zoals de Cactus V5′s. Zeker op huiskamer afstand heb je niets aan het bereik van de PocketWizards. Je hebt in ieder geval een zender nodig en zoveel ontvangers als dat je flitsers hebt en afhankelijk van de flitsers en ontvangers ook pc sync kabels of ‘coldshoe’ voetjes.

Canon EOS 5DmkII, 85mm, 1/200s op f/4, ISO 100
De flitsers kunnen in principe van alles zijn, wij hadden een combinatie van de Canon EX580II en een oudere Nikon sb-24 flitser. Het belangrijkste is dat je zelf de instelling kunt bepalen met een manuele optie. Stel de flitser in op de breedste mogelijkheid zodat zo veel mogelijk oppervlakte van de lichtvervormer met licht wordt gevuld.
Instellingen
Als je met een model werkt is het zaak zo goed mogelijk je belichting van tevoren goed te krijgen, zodat je niet tijdens het schieten continu moet bijstellen. Voor optimale controle over de belichting tijdens het fotograferen kun je het beste kiezen voor de handmatige (M) stand van je camera en ook de flitsers handmatig instellen. Met de TTL (through the lens) systemen, waarbij de camera met de flitser communiceert, zijn er vaak te grote verschillen in belichting tussen de verschillende foto’s, omdat de belichting wordt ingesteld afhankelijk van waar je met de camera het licht meet.
Doordat we met twee fotografen waren kon één van ons de foto’s nemen en de ander model zitten zodat we de belichting konden fine-tunen. Als we een foto hadden genomen keken we hoe de schaduwen vielen en of er genoeg licht viel op het model zodat we de juiste belichting op de huid kregen. Ook de plek waar je staat of zit ten opzichte van het licht kan al invloed hebben, soms is een paar centimeter naar voren of achteren genoeg voor de ideale belichting.
Werk je met meerdere lichten (ik adviseer om eerst met één licht en eventueel een reflectiescherm te beginnen), dan is het het beste om eerst het hoofdlicht te triggeren en daar de belichting goed van te zetten en vervolgens pas het tweede licht te triggeren zodat je deze in balans kunt brengen met het hoofdlicht afhankelijk van het effect dat je wilt bereiken. In ons geval had het tweede licht tot doel de donkere kant ook verder te belichten of een accent aan te brengen zoals in onderstaande foto.

Canon EOS 5DmkII, 85mm, 1/200s op f/10, ISO 100
Bedenk goed dat bij het werken met flitslicht de sluitertijd effect heeft op het omgevingslicht en het diafragma op de hoeveelheid licht van het flitslicht dat op het model valt. In dit geval was het omgevingslicht niet bijzonder, dus we kozen voor een standaard sluitertijd van 1/200s. Kijk hiervoor ook naar de maximale ‘sync snelheid’ van je camera, als de sluitertijd te snel wordt zul je zien dat maar de helft van het beeld wordt belicht en de andere helft is zwart.
Houd er ook rekening mee dat je door te spelen met de afstand die je lichten hebben ten opzichte van de muur je van een witte muur zoals wij hadden juist een donkere of lichte achtergrond kunt maken.
Voor het zoeken naar de juiste instelling kun je niet vertrouwen op de lichtmeter van de camera, want licht dat er niet is kun je ook niet meten. Een losse lichtmeter die het licht meet als je de flits laat af gaan kan dan helpen, maar je kunt ook naar de juiste instelling werken met wat experimenteren. Stel bijvoorbeeld de camera in op f/8 met een sluitertijd van de maximale sync speed van je camera en voer de sterkte van de flits steeds iets op vanaf bijvoorbeeld 1/32e sterkte totdat de belichting volgens het histogram OK is of je het gewenste effect hebt bereikt.
Vanaf dat punt kun je dan verder werken, een stop meer scherptediepte (een hoger diafragma getal) betekent dat je flitslicht een stop sterker moet worden om hetzelfde resultaat te krijgen, een wijder diafragma betekent dat je flitslicht minder sterk hoeft te zijn voor hetzelfde resultaat.
Kijk eerst wat nodig is voor de scherptediepte die je wilt en pas daar de belichting op aan. Zeker als je flits met lichtvervormer dicht bij het model staat (hoe groter het licht ten opzichte van het model, des te zachter het licht) valt het erg mee hoeveel kracht je nodig hebt.
Als je langer bezig bent gedurende de dag zul je merken dat langzaam de batterijen leeg lopen en de flitsers minder snel opladen. Je kunt dan verse batterijen er in doen of je moet je tempo enigszins aanpassen om te voorkomen dat je soms zwarte beelden er tussendoor krijgt.
Opbouw
In eerste instantie werkten we alleen met één flitser in de beautydish. De beautydish was schuin van voren boven het model op een standaard geplaatst.

Canon EOS 5dMKII, 85mm, 1/200s op f/3.5, ISO 100
Links het eerste resultaat, maar zoals je ziet zie je behoorlijk wat schaduwen. Door het model een reflectiescherm vast te laten houden of een assistent te gebruiken kun je het scherm gebruiken om de schaduwen wat op te lichten.
Na deze sessie besloten we een tweede licht te plaatsen, de Apollo softbox zodat we niet steeds met het reflectiescherm in de weer moesten. Zo werd het licht steeds gebruikt om de schaduwen gedeeltelijk op te vullen.
Afhankelijk van de plaatsing van het model kun je het licht subtiel beïnvloeden en vergeet ook niet dat je als fotograaf om het model kan bewegen om verschillende resultaten te krijgen. Je hoeft dan niets aan het licht te veranderen om toch een ander effect te krijgen.
Omgang met je model
Heb je eenmaal de juiste instelling gevonden, dan hoef je niets meer te wijzigen en kun je je volledig bezighouden met het fotograferen van je model. Hetzelfde herhaal je dan weer als je een nieuwe opstelling maakt. Het werkt voor het model het prettigst als je een aantal opnames achter elkaar kunt maken zodat hij/zij in een ritme kan komen. Probeer steeds een serie van poses uit en maak gebruik van muziek om sfeer te maken.
Standaard heb ik het piepje van de camera uit staan, maar voor modelfotografie kan het juist wel handig zijn dat je model een waarschuwing krijgt dat je hebt scherpgesteld. Je model kan dan even de pose vasthouden voordat een andere pose wordt aangenomen.
Zeg het als de eerste paar foto’s nog niet ‘voor het eggie’ zijn, omdat je nog even het licht wilt bekijken. Scott Kelby noemt dat “don’t look fabulous yet!”.
Raak je model niet zomaar aan als je bijvoorbeeld een andere pose zoekt of een haar weg wilt halen. Als je een stylist hebt dan kan die dat wellicht voor je doen en anders kun je door middel van instructies te geven ook veel bereiken. Vraag anders vooraf toestemming voordat je iets doet.
Om verwarring te voorkomen kun je het beste met je hand aanduiden wat je wens is. Je kunt je hand in de richting wijzen waar je wilt dat hij/zij naar kijkt of als je vraagt het hoofd iets te laten zaken met je hand naar beneden wijzen. Belangrijk is dat je zo veel mogelijk communiceert over wat je bedoeling is.

Canon EOS 5DmkII, 135mm, 1/200s op f/9, ISO 100
Voor het zelfvertrouwen van het model, zeker als het een beginnend model is, kan het goed zijn om tussendoor wat resultaten te tonen. Zo kan hij/zij meteen aangeven wat ze goed en niet goed vinden en kweek je enthousiasme als de resultaten goed zijn. Heb je een stylist, toon ook hem/haar de resultaten, zo kunnen jullie samen naar het gewenste resultaat werken.
Trek je in ieder geval niet terug achter je camera en laat zeker niet twijfelachtige geluiden horen, het model zal dit vrijwel altijd direct op zichzelf betrekken, terwijl jij misschien een probleem hebt met hoe het licht verkeerd valt.
Zorg ook voor wat eten en drinken en neem waar nodig pauzes. Als je stylist bezig gaat met een nieuwe look, kan het model ook even uitrusten en kun je eventueel werken aan een nieuwe lichtopstelling.
Waar op letten
De ogen moeten absoluut scherp zijn, het is het eerste waar de kijker bewust en onbewust naar kijkt. Meestal plaats je de ogen op een derde van het beeld, om een meer dynamische foto te maken. Dit is lastig als je scherpstelpunt het middelse focuspunt is. Je kunt garanderen dat de ogen scherp zijn door een ander focuspunt in te stellen dat wel bij de ogen zit.
Dit scherpstelpunt heeft in donkere ruimtes vaak wel wat meer moeite met focussen, je kunt daarom ook de ‘one shot’ functie in je camera instellen, als je dan de sluiterknop ingedrukt houdt blijft de focus op het punt waar je eerder scherpstelde en kun je een nieuwe compositie maken met de ogen op de juiste plek.
Daarop voortbordurend, de foto staat of valt met de blik en het contact dat je als fotograaf met het model kunt krijgen. Het contact dat jij krijgt vertaalt zich direct naar de foto en bepaalt wat de kijker van de foto vindt. Probeer daarom verschillende uitdrukkingen uit je model te krijgen door vragen te stellen en een gesprekje aan te knopen. Soms zitten de natuurlijk momenten juist als je model even ontspant, omdat hij/zij denkt dat je even klaar bent.
Een soort heilige graal daarin zijn de lichtreflecties in de ogen. Een weerkaatsing van het licht maakt direct dat de ogen er levendiger uit zien, probeer dit dus ook, als het logisch is, in je beeld op te nemen.

Canon EOS 5DmkII, 81mm, 1/200s op f/9, ISO 100
Voor headshots concentreer je je vanzelfsprekend op het hoofd, maar ook voor een deel op de schouders. Door de schouders in een hoek te plaatsen en het model te vragen weer richting camera te kijken creëer je een meer dynamisch beeld dan dat je recht van voren fotografeert. Bij vrouwen komt dat beter over.
Bij vrouwen kun je van wat hoger naar beneden schieten, het gezicht wordt dan dunner en de ogen groter. Overdrijf het niet, anders gaat het lijken op bepaalde ‘natuurfilms’, en gebruik geen groothoeklens, anders krijg je vertekeningen. Voor mannen geldt het omgekeerde, iets van onderen fotograferen geeft het gezicht meer sterkte en aanzien.
De lens heeft effect op hoe het gezicht wordt getekend, voorkom het gebruik van een te brede lens, kies voor minimaal rond de 50mm op een camera met een cropfactor en 85mm op een full-frame camera om het gezicht smaller te maken. Alle bovenstaande foto’s zijn genomen van 80mm tot 135mm op een full-frame camera. Een telelens zoals een 70-200 werkt ook goed, het bereik van 200mm was alleen niet haalbaar in deze ruimte. De 85mm foto’s zijn genomen met een 85mm f/1.8 lens, niet super duur, maar de kwaliteit is geweldig.
Zoals je ziet veel om aan te denken, maar beschouw dit niet als regels waarvan je niet kunt afwijken. Het is eerder een startpunt om zelf te gaan experimenteren. Zoals eigenlijk altijd met fotografie is je eigen creativiteit de enige belemmering.

Korte tip: Fotograferen met tegenlicht
Korte tip: Lenskeuze in composities
Diafragma, hoe werkt het
De beste sluitertijd kiezen voor een foto
Macro fotografie tips
Aankoopadvies: Compact of spiegelreflex camera
Korte tip: Liveview in het landschap
Ik vind het een ongelooflijk goed artikel, met name omdat ik hier nu heel erg aan het induiken ben.
Heel duidelijk geschreven, echt heel fijn! Heel veel dank!!!
Wat een goed artikel. Duidelijk en prettig om te lezen met goeie voorbeelden.
Ook ik ben net als Karen hier erg mee bezig, ben ook aan het kijken naar softboxen en paraplu’s etc. Afgelopen maandag op de fotovakschool nog met modellen gefotografeerd, erg leuk om te doen, maar daar valt voor mij nog veel te leren. Dit artikel sluit mooi aan.
Bedankt en keep up the good work!
Heel goed geschreven verhaal
Alleen mis ik licht op de achtergrond en licht in het haar
Dan komt het model nog mooier los van de achtergrond
Roelof Jan Tervoort
Hou me op de hoogte van verdere reacties via e-mail
Hartelijk dank voor deze tips.
Ik ga volgende week portretten maken van drie mensen in mijn piepkleine studiootje dus ik ben hier heel blij mee.
Ina
Hallo,
een interessant artikel. Ik maak zelf ook foto’s in mijn studio’tje en wil binnenkort een 50 mm f/1.8 lens aanschaffen.
Ik lees dat jouw foto’s ook met een f/1.8 lens zijn gemaakt. Nu heb ik alleen het probleem dat ik met mijn softboxen bij de laagste instelling al snel f/5.6 meet.
Is er iemand die hier tips voor kan geven. Hoe kan ik ervoor zorgen dat ik minder licht krijg zodat ik ook met een f/1.8 foto’s kan maken.
Alvast bedankt en natuurlijk ook bedankt voor de tips uit het artikel.
Wij gebruiken idd ook een ND (Nuetral Density of tewerl: neutraal grijsfilter) filter van +- 3 stops. Hiermee haal je 3 extra stops weg van je flitser en omgevings licht waardoor je weer 3 stops onder f5.6 kan gaan zitten. Ik gebruik zelfs die van B+H. De wat duurdere variant zijn van Lee. Zie ook artiekel op deze site over deze filters.
@Ralf
je kan een neutraal grijsfilter voor je lens schroeven.
Hallo ralf
Je kan ook heel simpel een papieren zakdoekje voor de flits houden 1 of meerdere naar gelang om f 1,8 te krijgen